Carl Menger

De blijvende erfenis van Carl Menger

Carl Menger (23 februari 1840–26 februari 1921) is de oprichter van de Oostenrijkse school voor economie. Hij wordt algemeen erkend in de economie voor zijn bijdrage aan de ontwikkeling van het concept van marginale nutswaarde en als pionier van de subjectieve waardetheorie. Voor de Oostenrijkse economie legde hij specifiek de basis met zijn inzichten over het gebruik van kennis en vooruitziendheid, het belang van relatieve prijzen, de rol van tijd en de rol van het spontane ontstaan van sociale instituties. Menger biedt een consistent perspectief op de economie en levert een samenhangende uiteenzetting van de complexiteit van de onderlinge relatie tussen goederen, waarde, ruil en prijzen.

Context Carl Menger

Menger definieert economie als de wetenschap van individuele keuze. Zijn onderzoeksmethode is gebaseerd op deductieve logica als instrument om de verborgen structuur in het beschikbare empirische materiaal aan het licht te brengen. Joseph Salerno karakteriseert Menger’s methodologie als “causaal-realistische analyse.”

In zijn essay over Carl Menger wijst Friedrich von Hayek erop dat ten tijde van Menger’s geschriften de vooruitgang in de economische theorie in Engeland stagneerde, terwijl in Duitsland de tweede generatie historische economen het veld domineerde. Deze Duitse geleerden waren onwetend over economische theorie en beschouwden theorie als nutteloze speculatie en mogelijk zelfs schadelijk (p. vii).

Desalniettemin had de Duitse traditie van economie invloed op Menger, voor zover veel continentale economen (zoals in Italië en Frankrijk) zich bewust waren van de tegenstrijdigheden inherent aan de bepaling van prijzen door productiekosten gebaseerd op de arbeidswaardetheorie. Uiteindelijk was er Hermann Heinrich Gossen (1810–58), die het principe van marginale nutswaarde had geformuleerd in zijn omvangrijke verhandeling, hoewel dit grotendeels onopgemerkt bleef in academische kringen toen het werd gepubliceerd. In zijn boek van 1854 (vertaald in het Engels als The Laws of Human Relations and the Rules of Human Action Derived Therefrom [1983]) formuleerde Gossen de economische wet van afnemende marginale nutswaarde bij de waardering van de goederen die relevant zijn voor besluitvorming. Gossen was ook de eerste die de wet stelde dat evenwicht vereist dat de verhouding van marginale nutswaarde tot prijs gelijk is voor alle in overweging genomen goederen, een stelling die in de moderne micro-economie standaard is geworden in de wiskundige formulering.

Waardetheorie Menger

In zijn Principles of Economics (1871) legt Menger uit dat mensen handelen omdat beide partijen voordeel halen uit ruil. Mensen kennen verschillende waarderingen toe aan hetzelfde specifieke goed. Daarom wisselen bij vrijwillige ruil van goederen geen equivalenten van eigenaar, maar zijn beide partijen er beter van geworden. Waarde is subjectief. De mate ervan verandert met de omstandigheden van het individu. Afnemende marginale nutswaarde betekent dat meer van hetzelfde goed de waarde van elke eenheid van het goed vermindert.

Hoewel Menger de term “marginale nutswaarde” niet heeft bedacht, die later werd geïntroduceerd door Friedrich Wieser, werd het concept ontwikkeld door Menger als de omvang van het belang dat een economisch agent hecht aan de minst belangrijke bevrediging die hij nog kan verzekeren met een enkele eenheid van de beschikbare hoeveelheid van het goed (Grundsätze der Volkswirtschaftslehre, pp. 87, 99). Een eenheid water om dorst te lessen heeft een hogere rangorde dan de eenheid water die wordt gebruikt om de handen te wassen. Echter, wanneer er genoeg water beschikbaar is om volledig in de behoefte aan handen wassen te voorzien, is de eenheid water om te drinken niet waardevoller dan dezelfde eenheid water om de handen te wassen.

Menger’s belangrijkste bijdragen, zoals uitgewerkt in zijn Principles of Economics, omvatten de uitleg van de subjectieve basis van economische waarde en dat ruilverhoudingen de basis vormen van relatieve prijzen. Menger werkte de principes van de nutstheorie uit en verwierp de waardetheorieën gebaseerd op productiekosten zoals die door klassieke economen waren ontwikkeld en door Karl Marx werden gebruikt in zijn uitbuitingstheorie.

Zich goed bewust van deze theorieën legt Menger zijn principe van marginale nutswaarde uit als de subjectieve waardering van goederen, afhankelijk van het aantal eenheden van het goed dat binnen het bereik van een individu ligt. Marginale nutswaarde neemt af, en dus bepaalt de voldoening die de minst waardevolle eenheid van het goed voor een individu oplevert, de waarde van de goederen die de hogere voorkeuren op de ranglijst van deze persoon bevredigen.

Economisch handelen

Het onderzoeken van de causale relatie tussen menselijke behoeften en de beschikbaarheid van de middelen om in deze behoeften te voorzien, leidde Menger ertoe onderscheid te maken tussen goederen van de eerste, tweede en hogere orde. Goederen van de eerste orde dienen voor directe consumptie, terwijl goederen van hogere orde dienen om de goederen van de eerste orde te produceren. Met het concept van complementariteit van goederen wijst Menger op de problemen van tijd en onzekerheid.

Verbetering is de motivator van economisch handelen. Volgens Menger is het doel van de economische activiteit van een individu om zijn omstandigheden te verbeteren. Ontwikkeling in de zin van de verbetering van de persoonlijke economische omstandigheden vindt plaats wanneer het welzijnsniveau van individuen stijgt. Hiervoor is de productie van zogenaamde goederen van hogere orde het belangrijkste middel. Goederen van de eerste orde dienen direct voor consumptie, terwijl de goederen van hogere orde dienen voor de productie van de goederen van de eerste orde. Deze productiegoederen hebben geen directe nut, maar een die afgeleid is van de nut van de eindgoederen.

Economische vooruitgang vindt plaats door de toename van menselijke kennis, de vermindering van transactiekosten en de beschikbaarheid van besparingen. Zo is de uitbreiding van vrije markten de sleutel tot ontwikkeling, samen met ondernemend handelen gericht op het vinden van de beste manieren om de structuur van goederen van hogere orde—de kapitaalstructuur—te creëren en ermee om te gaan. Welvaart hangt af van hoe goed de economie kennis genereert en hoe effectief de toepassing van de nieuwe inzichten kan worden gerealiseerd. Het criterium van vooruitgang is niet de accumulatie van steeds meer goederen, maar de bevrediging van de subjectieve wensen van de individuen in hun volle omvang, waaronder ook vrije tijd en immateriële goederen.

Ruil en prijs

Carl Menger


In de context van goederen van hogere orde werkt Menger het principe van imputatie uit, dat zegt dat productiegoederen een afgeleide nut hebben die berust op de nut die individuen toeschrijven aan de eindgoederen die met behulp van de goederen van hogere orde worden geproduceerd (Grundsätze, pp. 138–42).

Het concept van “afgeleide nut” geldt ook voor arbeid. Arbeid heeft een waarde, maar deze resulteert uit het nut dat het bijdraagt aan het eindproduct. In die zin is arbeid een goed van hogere orde dat aanwezig is in alle stadia van het productieproces. In elk stadium wordt de waarde van arbeid afgeleid van (of “geïmpliceerd”, zoals de term door Friedrich Wieser werd bedacht) zijn bijdrage aan het eindproduct.

Menger wijst ook het idee af dat prijzen een van de belangrijkste aspecten van de economie zijn of zelfs het belangrijkste kenmerk. Prijzen zijn “toevallig”, legt Menger uit, omdat wat telt de onderliggende ruilverhoudingen zijn. Deze ruilwaarden worden op hun beurt bepaald door de subjectieve beoordelingen van de individuele economische actoren. Prijzen ontstaan als weerspiegelingen van de subjectieve waarden van de individuele deelnemers aan een ruil.

Met behulp van het concept van een “waar” als een goed dat bedoeld is om op de markt te worden verkocht, benadrukt Menger de verschillende gradaties van verkoopbaarheid van goederen. Aangezien enkele specifieke goederen een uitzonderlijk hoge mate van verkoopbaarheid hebben, wat betekent dat ze algemeen geaccepteerd zijn in ruil, komt Menger tot de uitleg van het ontstaan van geld in een economie.

Geld is niet het product van privé of officiële overeenkomsten, laat staan van een wetgevend besluit. Geld is geen uitvinding. Geld kwam in gebruik naarmate meer mensen beseften dat hun economische doelen sneller werden bevorderd in een ruil door goederen te accepteren met de grootste verkoopbaarheid. Geld is het resultaat van menselijke economische activiteiten.

Menger benadrukt dat geld een hulpmiddel is om ruil te vergemakkelijken en als zodanig niet dient als standaard en opslag van waarde. Geld is geen meetinstrument. De basis van ruil is niet de handel in gelijken, maar de omgekeerde schatting van de ruilpartners over de waarde van de geruilde goederen. Prijzen hebben alleen betekenis als relatieve prijzen, als de uitdrukking van ruilverhoudingen.

Erfenis

Veel van Menger’s inzichten maken tegenwoordig deel uit van de standaard economie. Veel meer worden bewaard in de onderscheidende school van de Oostenrijkse economie. Dit geldt met name voor de noties van vooruitziendheid en de rol van onzekerheid, die fundamenteel zijn voor economisch handelen in Menger’s perspectief.

Ondanks de brede reikwijdte omvatten de Principles of Economics niet het volledige scala aan onderwerpen dat Carl Menger wilde behandelen. Volgens Hayek (p. xi) had Menger plannen om nog drie delen te leveren. Het tweede deel van het project zou “rente, lonen, huur, inkomen, krediet en papiergeld” behandelen, het derde deel zou productie en handel omvatten, terwijl een vierde deel het bestaande economische systeem zou bespreken en bekritiseren en voorstellen zou doen voor hervorming. Waarschijnlijk afgeleid door de “Methodenstreit,” voerde Menger zijn oorspronkelijke plannen niet uit en liet hij dus nog veel over voor de volgende generaties economen. Menger’s oorspronkelijke werk zit vol diepgaande inzichten. Hij wordt terecht geciteerd als de unieke oprichter van de Oostenrijkse school voor economie.

Dit is het laatste deel van de serie over Carl Menger’s Principles of Economics (1871). De voorgaande delen behandelden Menger’s uiteenzetting van goederen en de economie en zijn verklaringen van waarde, ruil en prijs. Deze laatste aflevering geeft een samenvatting van de theoretische context van Menger’s meesterwerk.

Dr. Antony P. Mueller is een Duitse professor in de economie die momenteel lesgeeft in Brazilië. Zijn originele aertikel in het Engels vind je hier.

Heb je naar aanleiding van dit artikel vragen of suggesties, laat dan een comment achter. Voor comntact, klik hier.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *